Stemmen uit de Vietnamese gemeenschap: de ervaringen van Mai en haar strijd tegen racisme

Mai Nguyen (27), een recent afgestudeerde en betrokken persoon in Nederland, spreekt krachtig over het streven naar verandering en bewustwording met betrekking tot discriminatie en racisme tegenover Aziaten . Als projectmanager bij Asian Raisins heeft ze zich toegewijd aan het vergroten van de zichtbaarheid en stem van de Oost- en Zuidoost-Aziatische gemeenschap in Nederland. Het verhaal van Mai is een inspirerend voorbeeld van individuele betrokkenheid. Haar inzet bij Asian Raisins en in haar dagelijks leven draagt bij aan het streven naar een meer inclusieve samenleving in Nederland.

N: Dag Mai, vertel eens iets over jezelf en over je achtergrond? 
‘’Mijn officiële naam is Thu Mai Nguyen. Ik ben onlangs afgestudeerd in de Master’s Comparative Signature aan de Universiteit van Amsterdam, waar ik ook woon. Sinds enkele maanden ben ik projectmanager bij Asian Raisins. In het afgelopen jaar, sinds mijn afstuderen, ben ik ook meer gaan nadenken over hoe ik mijn leven wil invullen. Met mijn afstuderen kreeg ik ook de vraag, wat ga je daarna met je leven doen? Omdat ik geen student meer ben, merkte ik dat ik het belangrijk vind om toch iets te doen met mijn Vietnamese roots of in ieder geval dat deel van mijn identiteit te verkennen. Op die manier ben ik mij er steeds meer in gaan verdiepen en heb ik mijn hart geopend voor de Oost- en Zuidoost-Aziatische gemeenschap in Nederland. Daarnaast werk ik nu in een boekhandel en doe ik ook vrijwilligerswerk voor organisaties om het leven nog inclusiever te maken. Dat is het zo’n beetje.’’

N: Wat is jouw perspectief op racisme in Nederland?
‘’Ik denk dat Nederland zichzelf vaak beschouwt als een land dat openstaat voor allerlei verschillende culturen en anderen het idee geeft dat we een multiculturele samenleving zijn. Maar ik denk dat we daardoor vergeten dat er nog zoveel racisme en discriminatie plaatsvindt. Vooral binnen de Aziatische gemeenschap, omdat deze minder zichtbaar en minder vocaal is. Dit uit zich vaak in standaard vragen dat je bijna vergeet dat het een racistisch oogmerk heeft. Vragen zoals: ‘’Waar kom je vandaan?’’ of vergelijkbare vragen die onschuldig lijken maar een racistische ondertoon hebben. Dus wat dat betreft, denk ik dat er nog heel veel te leren valt, ook binnen de eigen gemeenschap, omdat ik denk dat ik zelf van jongs af aan best wel veel racisme heb geassimileerd. Je probeert je natuurlijk aan te passen aan je omgeving waardoor je niet beseft dat je zelf ook deel van het probleem wordt. Tenminste, ik denk dat toen ik opgroeide, er veel minder bewustzijn was over deze problematiek en er minder bronnen beschikbaar waren dan nu. Gelukkig zie ik toch dat de jongere generatie, die nu 18-20 is, veel bewuster is en actiever op dit gebied.

”Ik merk ook dat ik pas tijdens mijn studententijd, of zelfs pas tijdens mijn laatste studiejaar, echt meer ben gaan nadenken over deze vraagstukken. In plaats van alles over me heen te laten komen, probeer ik nu er iets van te zeggen en actiever te zijn. Heel vaak negeerde ik het, misschien dat ik het van mezelf ook bagatelliseerde om met al die racistische opmerkingen om te gaan, in plaats van er iets aan te doen.’’

N: Kun je wat vertellen over je persoonlijke ervaringen met discriminatie of racisme in Nederland?
‘’Ik denk dat het ligt in altijd vragen, ‘’waar kom je nou echt vandaan?’’, of ‘’wat is je Nederlands goed’’ terwijl ik hier ben opgegroeid en dus gewoon Nederlands kan spreken’’. Van die vragen die altijd benadrukken dat je er niet hoort, of dat je moet bewijzen dat je hier net zo hoort als ieder ander die hier is opgegroeid of naartoe is verhuisd. En als je op straat loopt en mensen ‘’nihao’’ roepen of ‘’Chinees’’, ik heb weleens gehad in de tram dat mensen ‘kung fu panda’ begonnen te zingen. Of ze zeggen ‘’je bent wel knap voor een Aziatische vrouw’’, of maken seksueel getinte opmerkingen, maar ook die vraag van ‘’volgens mij heb ik je weleens gezien op dat ene feest’’, dat ze er dan vanuit gaan als je een Aziatisch persoon voor je hebt dat dat die ene Aziaat moet zijn die je op dat ene feestje hebt leren kennen. In die zin is het vaak niet slecht bedoeld of is het bedoeld als een grapje of uit interesse. Vaak beseffen ze niet dat het juist voortkomt uit machtsfactoren of het idee dat iemand als ‘anders’ wordt beschouwd. Er zijn nog meer dingen, maar het gebeurt dagelijks dat ik soms niet eens meer weet wat er allemaal gebeurd op een dag of in een week. Ook als je in een klas zit met alleen voornamelijk witte kinderen en iedereen doet dat, dan denk ik, goh ben ik nou degene die anders denkt, waarom heb ik er een raar onderbuik gevoel bij, iedereen heeft het toch leuk en gezellig? Waarom heb ik het niet leuk en gezellig.’’

”Ik herinner me nog dat vrienden van mij vroeger, als ik er nu aan terugdenk dan denk ik echt dat het bizar is dat ik dat heb toegestaan, maar ze noemden me “Chineesje” of “loempiaatje”, of “sushi”, terwijl ik niet Chinees ben. Er is natuurlijk niks mis met Chinees zijn, maar dat was gewoon een rare manier om iemand liefkozend of vriendschappelijk te noemen. Ik heb er een aantal jaren later wel wat van gezegd toen ik dacht, dat voelt niet goed, maar destijds was het gewoon makkelijk. Ik denk dat het een soort coping mechanisme is, maar om zulke opmerkingen gewoon te slikken en niet bij stil te staan omdat dit betekent dat je er dan tegenin moet gaan, dat is enorm confronterend.’’

N: Zijn er andere situaties geweest waarin je discriminatie or racisme hebt ervaren, bijvoorbeeld op de werkvloer of op school, en hoe ben je daarmee omgegaan?
‘’Ik denk op de middelbare school en basisschool voornamelijk gewoon met woorden. Vooral dingen die veel Aziatische mensen horen zoals ‘kutchinees’ of ‘poepchinees’, ‘spleetoog’. Ik denk dat ik destijds niet echt iemand was die er iets van zei, ik liet het gewoon gebeuren en negeerde het meer. Op werk kreeg ik vaak de opmerking dat ik goed Nederlands kan spreken of dat ik geen accent heb. Ik vind het een beetje lastig, want ik werk in een boekhandel en dan heb je een bepaalde relatie als boekverkoper met de klant. In zo’n situatie is het dan toch lastig om er iets van te zeggen, maar ik heb er wel meer bij stilgestaan wat er dan in het vervolg kan worden gezegd. Bijvoorbeeld: ‘’Wat bedoel je daar precies mee?’’ of om de vraag te spiegelen, “Waarom zeg je dat eigenlijk en is het nodig om dat te zeggen?’’ In zo’n situatie is het eigenlijk wel fijn als een collega er ook wat van zegt. Het is soms lastiger om er zelf wat van te zeggen omdat diegene dan zegt: ‘’Ik bedoel daar niks mee’’, terwijl als een collega er wat van zegt, dan is het meer een neutrale point of view. Dat is ook zo met demonstraties of acties tegenover ‘hanky panky shanghai’. Soms, wanneer een wit persoon vraagt: ‘’Waarom zou je dat zingen?”, heeft dit meer impact op andere witte mensen dan wanneer een Aziatisch persoon dat zegt, omdat het dan persoonlijker wordt opgevat en iemand kan antwoorden met: ‘’Misschien moet je niet zo moeilijk doen.’’ Het klinkt heel stom dat het dan overtuigender klinkt als een wit persoon het dan zegt, maar zo werkt het jammer genoeg wel en je wordt minder serieus genomen. Dit laat zien hoe ernstig de situatie is omdat je juist hulp van buitenaf nodig hebt om echt verschil te kunnen maken.’’

N: Heb je het gevoel dat er ook specifieke uitdagingen zijn voor de Vietnamese gemeenschap met betrekking tot discriminatie en racisme?
‘’Ik denk misschien dat ik het fijn had gevonden als er in ieder geval specifiek voor de Vietnamese gemeenschap meer een community was, want ik heb lange tijd ook geen toewijding gezocht bij de community. Ik zou ook niet weten waar die zou zijn of waar ik die kan vinden, ook niet in vriendschappen, of van mijn ouders ook niet omdat zij zijn aangepast aan de Nederlandse samenleving. Ik denk dus dat ik het wel echt fijn had gevonden als er een soort collective was geweest, volgens mij was er in Amsterdam wel ‘my collective’ geweest maar die bestaat ook niet meer. Iets waar de stemmen van de eerste en tweede generatie samenkomen, waar je kunt praten over zaken zoals de oorlog, bijvoorbeeld. Dat is iets wat ik heel waardevol zou hebben gevonden, zowel voor het helingsproces als voor de vorming van mijn identiteit, en voor het begrijpen van je verleden. Ik denk dat dit voor elke cultuur op zich waardevol is als je een gemeenschap hebt. In dat opzicht is Asian Raisins heel waardevol. Alleen is er daar nog niet veel van het Vietnamese geluid, dus ik hoop dat ik daar een bijdrage aan kan leveren.

N :In Nederland hebben we bijvoorbeeld Asian Raisins, die actief bezig zijn met het bestrijden van racisme tegenover Aziaten. Ze zijn in 2020 begonnen met actievoeren tegen ‘anti-Asian hate’ naar aanleiding van de corona pandemie. Wat is jouw mening over de rol die deze organisatie speelt bij het bestrijden van racisme tegenover Aziaten in Nederland?
‘’Ik denk dat het sowieso heel erg goed is dat er een organisatie is die opkomt voor onze belangen, want zonder zijn we minder zichtbaar in de Nederlandse samenleving. Ik denk ook dat we wat betreft activisme, in vergelijking met Black Lives Matter, een beetje achterlopen. Zij zetten zich al langer en actiever in, of in ieder geval in het publiekelijk debat hard maken en zijn daardoor meer zichtbaar. Volgens mij is het gelukt om bij Volts genoemd te worden, de Aziatische gemeenschap is genoemd als punt in hun politieke richtlijnen in het verkiezingsprogramma, dus dat is al iets heel moois en ook de campagne die we nu voeren. Ik denk dat dat ook wel stappen zijn in de goede richting en het kost gewoon heel veel tijd voordat het iets gaat leveren. Bijvoorbeeld het debat rondom zwarte pieten, dat heeft heel veel tijd gekost, want het is pas de laatste paar jaar aan het licht gekomen in de samenleving dat het echt racistisch is, ondanks dat het al eeuwenoud is. Ik denk dat het nog enige tijd zal duren voordat je echt de resultaten in kaart kan brengen of kan meten, maar het lijkt erop dat het in ieder geval wel stappen zijn in de goede richting.

Corona is voor heel veel mensen een verschrikking geweest. Heel veel mensen zijn er natuurlijk aan overleden, maar ik denk dat er ergens een positief gevolg is van de situatie, tuurlijk, de Asian-hate kan zijn gegroeid en dat is zeker niet positief, maar ik denk wel dat het probleem serieuzer wordt genomen dat het er is. Het was er al, maar dat er nu echt een politieke agenda is gemaakt en dat er meer over te lezen is.”

N: Heb je zelf positieve ervaringen gehad met betrekking tot inclusie en diversiteit in Nederland?
‘’Ik denk dat sinds ik betrokken ben bij Asian Raisins, dit enorm heeft geholpen. Daarnaast ook het creëren van een ondersteunende omgeving in vriendschappen door dit soort zaken aan te kaarten. In mijn studie is er veel over geschreven en is er veel onderzoek naar gedaan. Bijvoorbeeld het boek ‘Duizend vaders’ van Nhung Dam heb ik gebruikt voor mijn masterscriptie, op die manier probeer ik wel heel veel plek in te nemen en bij te dragen, en wat er ook over wordt geschreven. Het is heel belangrijk aan te kaarten wat niet goed is, maar het is ook belangrijk om er zelf onderzoek naar te doen om positieve dingen bij te dragen. Wat is er geschreven? Wat wil ik zelf bijdragen en hoe kan ik met vrienden een gesprek aangaan? Ik heb een vriend die een mix is van Surinaams en Nederlands, en met hem kan ik altijd heel goed over dit onderwerp praten en ons activisme delen en verspreiden onder onze vrienden. Uiteindelijk begint het daar, namelijk dat je je comfortabel genoeg voelt om bij vrienden aan te kaarten wat je niet prettig vindt en hen ook te informeren. Ik moet mezelf ook daarin veranderen, en het is uiteindelijk een leerproces. Door veel te praten kunnen we ervoor zorgen dat meer mensen zich bewust worden en kunnen we gesprekken op gang brengen.

”Het eerste evenement dat ik had georganiseerd voor Asian Raisins was voor Queer Amsterdam. Het ging over meer interseksueel en queer zijn, maar ook Aziatisch dus dat was gewoon heel fijn. Toen hebben we film screening georganiseerd, twee short films en een speeddating event, om ook gehoor te geven aan de Oost- en Zuidoost-Aziatische stemmen in Nederland. Dus dat was wel heel leuk.’’

N: Op welke manier ben je zelf bezig met het bestrijden van racisme?
‘’Ik denk dat ik gewoon op lokaal niveau in mijn omgeving bezig ben, in gesprek ga met vrienden, en durf het gesprek aan te gaan. In de boekwinkel doe ik dat vaak bewust. Op het eerste gezicht zou je niet denken dat een boekwinkel veel verschil kan maken, maar bijvoorbeeld door bepaalde boeken in de etalages te plaatsen, niet alleen van bepaalde auteurs. Dit is ook een vorm van representatie, hoe klein het ook mag lijken. Je zou graag de wereld willen veranderen, maar dat is zo’n grote taak, dus je kunt beter klein beginnen. Dit geeft meer voldoening dan proberen het hele probleem op te lossen, omdat het diep geworteld is. Ik denk dat simpelweg bestaan en jezelf laten zien al een daad van verzet is, een vorm van ‘actief verzet’.’’

N: Wat zou je willen zien veranderen of verbeteren om discriminatie en racisme tegen te gaan? Of zodat er meer aandacht aan wordt besteed?
‘’
Ik denk dat er in de politiek nog te weinig aandacht is voor kwesties als racisme en discriminatie. Ik denk dat er op dat gebied nog veel vooruitgang geboekt kan worden. In het onderwijs zou ik het wel mooi vinden als er lessen worden gegeven wat het precies inhoudt, om bewustwording te creëren. In kunst en cultuur in alle mogelijke vormen waar je iets kan verzinnen en ik denk dat door alleen in aanmerkingen te komen je het kan veranderen. Ik denk dat je het moeilijk kan forceren, maar hoe vaker je het over hebt, hoe meer het misschien gaat leveren. Het blijft een grote vraag en ik weet niet zeker hoe ik dit goed moet beantwoorden.”

N: Wat voor advies zou je willen geven aan de jongere generatie Vietnamezen in Nederland om hen te helpen omgaan met uitdagingen die betrekking heeft op racisme, identiteit en inclusie?
‘’Ik denk dat het belangrijkst is dat je ruimte mag innemen en je hoeft je zeker niet aan te passen aan de ander. Neem de ruimte, ook om dingen te durven vragen en gesprekken te openen. Ik vind het een lastige vraag omdat ik de druk voel van mezelf dat ik daar het goede antwoord op moet geven. Ik denk dat de drang om het voor de vorige generaties makkelijker te maken zo hoog is en door die druk dat ik het zo ervaarde, weet ik niet zo goed hoe ik hier antwoord op moet geven behalve dat je zo mag zijn zoals je bent en de ruimte ervoor mag nemen.

Het kan voorkomen dat er juist interraciaal racisme bestaat waardoor je juist afstand neemt van degene met een vergelijkbare achtergrond. Voor iedereen is het natuurlijk verschillend maar misschien is het juist handig te zoeken omdat je dan ziet dat je niet alleen bent in bepaalde ervaringen, of erover kan hebben en steun kan zoeken in plaats van je alleen te voelen. Het kan voorkomen dat andere mensen je niet begrijpen of niet eens weten dat dit plaatsvindt, omdat ze hier geen ervaring mee hebben. Zelfs als je het gesprek niet durft te openen, zoek dan mensen op die hetzelfde ervaren want dan zie je misschien meer herkenning. Het kan best wel eenzaam zijn als je in groepen zit waar ze totaal niet begrijpen waarom het racistisch is, en dan kan het best wel eng en spannend zijn om gesprekken te openen. Ik denk dat dat ook belangrijk is, maar het is niet altijd makkelijk of heb je er altijd zin in.‘’

Leave a comment